Een verjaardag om niet te vergeten

Tot en met augustus 2018 schrijf ik vanuit Nagasaki, waar ik een uitwisselingsprogramma volg aan de universiteit.

Ik was gisteren niet alleen jarig, maar het was ook de eerste keer dat ik mijn verjaardag in een ander land vierde. En in wat voor land!

De eerste realisatie waar je achter komt als je een verjaardag in een ver land als Japan viert is dat zeven uur een behoorlijk verschil maakt. Toen hier in Japan mijn verjaardag begon, startte in Rusland de aftrap van de wedstrijd Marokko tegen Iran, die ik samen met een vriend en zijn Japanse huisgenoten keek. Het voelde wat vreemd om op mijn verjaardag als eerste een voetbalwedstrijd te kijken om middernacht. Ik voelde me nog niet erg jarig.

Ik kon ook geen berichtjes beantwoorden die om middernacht naar me waren gestuurd. Niet vanwege het feit dat ik geen bereik had, maar omdat mijn telefoon leeg was– heel slim. Toen ik om twee uur ’s nachts in mijn eigen bed lag en mijn telefoon aanzette werd ik overspoeld door lieve berichtjes vanuit Nederland en Japan. Toen mijn moeder me ‘lang-zal-ze-levens’ stuurde en mijn zussen, familie en vriend mij feliciteerden drong het besef maar al te goed door dat ik 23 was geworden.

Ik gunde mezelf geen uitslaaptijd, want ik wilde juist leuke dingen gaan doen met de mensen waarmee ik hier ben. En wat hoort er bij een verjaardag? Juist: taart! Ik ben daarom met drie vrienden wat gaan drinken in een cafeetje aan de hoofdweg. Het cafeetje is in Franse stijl en er wordt altijd jazzmuziek gedraaid. Ik kom er regelmatig om te schrijven of rustig te lezen onder het genot van een goede kop koffie. En ze hebben erg lekkere cakejes!

’s Avonds ging ik naar de karaokebar, maar voordat ik daar heen zou gaan was ik uitgenodigd door een Japanse vriend om ramen (Chinese noedels) te komen eten met mensen in Nishimachi. Nishimachi is een dorm waar veel internationale studenten wonen. Het was kort gezegd een onwennige ervaring. Ik had gedacht dat er veel meer mensen zouden komen, want toen de betreffende vriend het over het evenement had klonk het alsof het evenement iets was wat door een grote groep werd georganiseerd. Dat was niet het geval. Toen ik de ruimte binnenkwam zag ik dat er een handjevol mensen om twee tafels heen zaten, en het zag ernaar uit alsof de meesten niet wisten waarom ze hier waren gekomen. Toen ik binnenkwam staarde iedereen me aan en werd er zenuwachtig een stoel voor me neergezet. Ze vertelden me dat ze net bezig waren met een voorstelrondje. Ik zag taferelen van ongemakkelijke kringgesprekken voor me, met heel veel stiltes en weinig dialoog. En toch nam ik plaats, want ik had niks anders geregeld qua eten en ik had ook niet zo heel veel tijd totdat ik naar de karaokebar zou gaan.

De groep was een rare mengeling van mensen. Allereerst waren er twee Japanse meisjes die niks zeiden behalve als ze wat werd gevraagd, wat er denk ik toe heeft geleid dat ik hun namen vergeten ben. Tegenover mij zaten een Braziliaans meisje en een Duits meisje. Het Braziliaanse meisje had een bril op met een soortgelijk montuur als ik, mooie ronde bruine ogen en halflang lichtbruin haar. Suzanne heeft een rond gezicht met veel sproeten en een flinke bos roodbruine krullen. Ik had al snel door dat zij elkaar al kenden. Links van mij zat een meisje dat een olijfgroene hoofddoek droeg. Ze had een sterk accent, maar ik kon niet gelijk raden waar ze vandaan kwam. Ze praatte heel veel, en als ze praatte was het een rare mengeling van vreemd Engels met korte zinnetjes Japans er tussendoor. Zij had duidelijk het woord hier.

Stilzwijgend werd besloten dat ik dan maar zou beginnen met mezelf voor te stellen. Ik hield het standaardpraatje en ik merkte al heel snel dat het meisje met de olijfgroene hoofddoek een ongelooflijk irritante eigenschap had: het overnemen van gesprekken. Het enige wat me van dat voorstelrondje is bijgebleven, is dat zij midden in iemands introductie een vraag stelde, vervolgens deze zelf beantwoordde en uiteindelijk een lang irrelevant verhaal hield waardoor de persoon die oorspronkelijk aan het woord was niet eens zijn verhaal af kon maken. Echt vreselijk vervelend. Zo weet ik niet meer welke film mijn Japanse vriend mij nou aanraadde maar wel dat ‘mevrouw accent met hoofddoek’ ooit eens op het platteland van Japan is gestrand en toen dertig minuten lang naar een buurtsuper heeft moeten lopen voor internetverbinding, om daar vervolgens foto’s te maken van alle rare mensen die zich daar aan haar voorbijtrokken.

Na het voorstelrondje werd de sfeer wat gelijkwaardiger. De pittige ramen die ik at was wel lekker. Alleen niet zo pittig. Het was pittiger om niet toe te geven aan de verleiding om gewoon weg te lopen en alvast naar de karaokebar te gaan. Nadat ik mijn ramen op had gegeten besloot ik dat ook maar snel te doen. Ik weet niet wat mijn Japanse vriend in gedachten had gehad, maar deze gebeurtenis was een lichte deceptie.

Gelukkig kon ik al mijn frustraties vervolgens kwijt bij de karaoke. Ik ging samen met allemaal (Nederlandse) klasgenoten naar een karaokebar tegenover de universiteitscampus. Ik kreeg nog hele leuke cadeautjes: ik kreeg een gootverpakking van mijn favoriete chocola in Japan, en ik kreeg ook nog een heel schattig handdoekje waar Studio Ghibli’s Totoro op stond afgebeeld. Ik was erg verrast en blij, want hoewel ik jarig was had er geen rekening mee gehouden dat ik cadeautjes zou krijgen.

Nadat iedereen als openingslied Happy Birthday had gezongen, gooiden we alle remmen los en zongen we zowel foute Engelse nummers (hoogtepunt: ‘Take on me’ van A-ha), maar ook Japanse liedjes. Ik vond het wel toepasselijk om het thema van Totoro voorbij te laten komen. Ik had het echt heel erg naar mijn zin met iedereen en heb ervan genoten. Een paar minuten na middernacht, toen mijn verjaardag in Japan inmiddels alweer voorbij was, liepen we met zijn allen terug naar huis.

Toen ik de trap opliep naar mijn appartement zag ik tot mijn verrassing dat mijn huisgenoten een hartvormige ballon met daarop ‘HAPPY BIRTHDAY’ hadden opgehangen. ‘Ah, wat lief van ze,’ dacht ik, en zonder enige andere verwachtingen stak ik de sleutel in het slot. Ik dacht nog dat ik zachtjes moest doen om mijn huisgenoten niet wakker te maken. Maar toen ik de deur naar me toe wilde trekken, kwam ik er achter dat de deur van binnen was vergrendeld. Ik kon wel door een kiertje naar binnen kijken, maar ik kon niet naar binnen. Ik zag dat er een straaltje licht vanuit de badkamer kwam, dus ik riep of ze de deur open wilden doen. ‘Ik kan niet naar binnen!’ zei ik, maar het gaf geen gehoor. Ik klopte hard op de deur en werd paniekerig, omdat ik dacht dat mijn huisgenoten geïrriteerd zouden kunnen raken omdat ik zoveel geluid maakte. Maar niet veel later hoorde ik twee van mijn huisgenoten de trap oplopen en zeiden ze dat ik moest wachten. Daar stond ik, niet meer jarig, maar wel met een glimlach op mijn gezicht als dat van een klein jarig kind. Toen ik binnen mocht komen werden er knallers afgevuurd en zag ik dat er een chique chocoladetaart met brandende kaarsjes op tafel stond.

Wat volgde was echt iets waar ik geen rekening mee had gehouden: de kamer was helemaal versierd, ik kreeg verschillende cadeautjes van mijn huisgenoten en we hebben om half één ’s nachts een heerlijk stuk taart gegeten met zijn vieren. Ik heb van ze een mooie paarse nette jurk gekregen, en ook nog wat leuke kleine dingetjes, waaronder een etui en twee plantjes die ik zelf kan laten groeien (erg origineel) en snoep. Ik voelde me erg verwend en heel erg jarig. Ik heb echt een enorm leuke dag gehad die ik niet zo snel zal vergeten.

LINE_P20180617_170558875

IMG_20180617_113117209
Dit zijn een aantal van de cadeautjes die ik heb gekregen. Daarnaast heb ik ook nog een mooie jurk gekregen van mijn huisgenoten.

 

Advertenties

Verlamming

Gisternacht werd ik rond haIf vijf wakker en heb een uur liggen malen. Het rare is dat nachtelijke gedachten, hoe wakker je ook bent, aanvoelen als dromen. Ik kan ze met geen mogelijkheid bijhouden, laat staan dat ik ze nu kan opschrijven. Ik voelde me uitgeput en deed een poging om weer in slaap te komen.

Toen ik na een tijdje mijn ogen weer opendeed, kon ik mijn lichaam niet bewegen.

Ik lag stijf in mijn bed en kon geen spier aanspannen. Ik voelde een drukkend gevoel over mijn hele lichaam, alsof iets me het matras in wilde duwen. Ik probeerde mijn arm op te tillen en op mijn zij te gaan liggen, maar hoe ik ook probeerde, het lukte niet.

Ik was wakker en kon mijn lichaam niet meer bewegen.

Voor het grootste gedeelte van de mensen klinkt dit als een slechte droom. Toen ik jonger was, dacht ik dat ook. Een slechte droom. In de droom lag ik in mijn bed, in mijn eigen kamer. En het enige wat ik kon doen was staren naar het plafond. Geen geluid kon uit mijn keel ontsnappen, ik kon mijn hoofd niet optillen – ik kon alleen maar hopen dat het drukkende gevoel over mijn lichaam snel weg zou trekken.

Als ik weer eens zo’n droom had, deed ik altijd hetzelfde: ik deed mjn ogen stijf dicht en spoorde de droomversie van mezelf aan om wakker te worden. ‘Robin, word wakker in 3, 2, 1…’, tot het gelukt was en ik recht overeind in mijn bed zat.

Pas jaren later kwam ik tot de ontdekking dat het al die tijd geen droom was geweest, maar dat het ging om slaapverlamming.

Bij slaapverlamming is je verstand al wel wakker, maar je spieren zijn nog uitgeschakeld. Als je de slaapcyclus ingaat, zorgt je lichaam ervoor dat alleen de belangrijkste functies van je lichaam actief blijven werken. De spieren worden uitgeschakeld en dit is ook nodig, anders zou je alles wat je doet in je dromen ook echt doen wanneer je slaapt. Maar bij slaapverlamming is het lichaam nog niet klaar om wakker te worden. Sommigen hebben er last van als ze in slaap willen komen, en sommigen hebben er last van als ze wakker willen worden. Bij mij is dat laatste veelal het geval.

Ik heb er een aantal keer per jaar last van en ik kan nog steeds niet gewend raken aan de ervaring. Het kan soms erg beangstigend zijn: je hebt geen controle meer over je hele lichaam en het zware gevoel op je borstkas zorgt ervoor dat je soms moeilijk kunt ademen.  En het allerergste is: je kunt niets doen.

Toen ik meer informatie opzocht op internet las ik dat mensen tijdens de verlamming ook last hebben van hallucinaties. Een veelvoorkomende is dat je het gevoel hebt dat er ‘iemand in de kamer staat’ of dat er in ieder geval iemand aanwezig is. Als je afbeeldingen zoekt waarbij slaapverlamming wordt afgebeeld, zie je ook vaak tekeningen waarbij er een geest of demon boven de persoon zweeft. Zoiets heb ik gelukkig nog nooit hoeven meemaken. Zelfs zonder hallucinaties word je er niet ontspannen wakker van.

The Nightmare John Henri Fuseli

‘The Nightmare’ (1781) door John Henri Fuseli. Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Sleep_paralysis

Gisternacht was het alleen een beetje anders. Ik had het gevoel dat ik het verschillende keren achter elkaar meemaakte. Ik kan me niet veel meer herinneren, het enige wat ik nog weet is dat ik moedeloos probeerde om iets te zeggen of om ledematen te bewegen. Ze zeggen dat dan de kans groter is dat je lichaam uit de toestand raakt. Ik herinnerde me dat ik dacht dat ik me weer vrijelijk kon bewegen, maar vervolgens begon het allemaal weer opnieuw. En daarna gebeurde het nog één laatste keer. Toen ik zeker wist dat ik wakker was zocht ik afleiding om te voorkomen dat ik weer snel in slaap zou vallen. Ik pakte mijn telefoon en scrollde doelloos door mijn apps heen.

Ik keek op mijn alarmklok en inmiddels was het tegen halfzes. Ik geloof niet dat ik een halfuur verlamd in mijn bed heb gelegen, maar de toestand had lang aangehouden. En zo werd ik erg moe wakker.

Ik merk nu de avond valt dat ik er erg mee bezig ben. Ik hoop dat het niet zo snel weer terugkomt. Maar als dat wel het geval is blijft het gegeven dat ik niks zal kunnen doen. En dat is ongelooflijk vermoeiend. Laten we dan maar hopen dat ik nu een aantal nachten weer rustig kan slapen.

Perceptie

Gisteren kwam ik er op het verjaardagsfeest van mijn nicht achter dat er een scheur in een van mijn lenzen zat. De lens zat al een paar dagen niet goed, mijn oog prikte, en toch was ik verbaasd toen ik het kleine scheurtje onder het felle badkamerlicht ontdekte. Met de lens op het puntje van mijn linkerwijsvinger stond ik een paar minuten te bedenken wat ik nu zou moeten doen. In eerste instantie wilde ik de lens gelijk weggooien, tot ik bedacht dat ik nog in het donker naar huis zou moeten fietsen. Ik besloot de lens nog even in te doen. Zonder die lens ben ik namelijk verloren op de weg.

Laat me dat kort toelichten. Ik heb geen normale ogen. Mijn ogen zijn beneden gemiddeld, dat ten eerste. Daarnaast doen beide ogen niet allebei evenveel werk: mijn rechteroog is lui, waardoor links meer werk moet doen. Dit zorgt ervoor dat ik twee lenzen heb met ieder een verschillende sterkte. Links heb ik min vier komma nog wat met een cilinder en rechts heb ik min twee zonder cilinder. Als ik vertel dat juist mijn dominante oog minder goed ziet dan mijn luie oog zijn sommigen erg verbaasd, maar eigenlijk is het juist logisch: links doet meer werk, dus heeft het oog het ook zwaarder te verduren. Maar ik heb het zicht van dat oog ook het meest nodig.

Ik was dus niet blij toen het juist deze lens was die gescheurd was.

Nu zijn we een dag verder en ik heb beide lenzen niet meer in. Als ik nu naar de klok boven het bureau kijk zit daar al een dikke rand omheen. Ik kan de cd-box met pianosonates van Schubert die op de rechterhoek van het bureau staat nog enigszins identificeren. Maar de ruggen van de cd’s lijken wel één groot blok met regelmatige zwarte strepen ertussenin. En als ik de straat inkijk zijn de huizen nog van elkaar te onderscheiden, maar zijn het tegelijkertijd objecten die niet af zijn – nevelig, vaag, zonder duidelijke randen. De bomen zien eruit als groene bollen en strepen die iemand zomaar op een grijs canvas heeft gezet.

Het is gek om de wereld nu zo te zien. Ik moet er veel van zuchten. Maar ja, wat doe je eraan. Helemaal niks. Ik kan zeggen dat ik graag zou willen dat ik nu nieuwe lenzen had of dat ik wilde dat de opticien ook op maandag open zou zijn, maar aan mijn zicht verandert het op dit moment uiteraard niets.

Over mijn niet-visuele kijk op dit hele gebeuren heb ik daarentegen meer controle.

Vandaag besef ik maar al te goed dat er een verschil is tussen zicht en perceptie. Zien is iets wat je automatisch doet, zonder enige inspanning. Je zicht waarnemen is een ander verhaal. Waarnemen is het bewust in je op laten nemen van de wereld, iets waar je je voor moet inspannen en wat zeker niet vanzelf gaat. Iemand die goed zicht heeft op de omgeving, hoeft nog niet bewust stil te staan bij wat er in die omgeving allemaal te zien is. Hoe slechter ik zie, hoe beter ik me ervan bewust ben welke vormen de dingen eigenlijk zouden moeten hebben. En als ik straks mijn nieuwe paar lenzen heb, zal ik die gedachte weer wat meer voor lief gaan nemen.

Laat mij nog maar even in de wazigheid wezen. Die scherpte komt wel.

De tijd van creativiteit

Van mijn negende tot aan mijn veertiende schreef ik regelmatig verhalen. Ik herinner dat er een cd-rom was in huis waar een expeditiespel op stond. Spelletjes over flora en fauna, beroemde gebouwen. Dat gebruikte ik om verhalen te verzinnen, verhalen waar de hoge sequoia’s nog hoger reikten en waarin de Taj Mahal nog imposanter werd gemaakt dan dat hij was. De woorden kwamen moeiteloos en de zinnen spatten van enthousiasme. Ik was klaar om mijn grenzen te verleggen, zonder te weten wat die grenzen dan waren. Ik deed het gewoon. Omdat ik het leuk vond en er plezier aan beleefde.

Zo simpel was het.

Op mijn  dertiende gebruikte ik Hyves voor het schrijven van blogs. Zo gaf ik mijn hersenspinsels een plek. Thuis hadden we toen maar één computer, die ik vaak op zaterdagochtenden bezet hield, om mijn hersenspinsels weer bij te schaven. Ik stuurde mijn nieuwe artikelen graag naar de redactie van Hyves, zonder enige schaamte. Zo kwam het dat een aantal berichten op de voorpagina kwamen te staan. En ik, ik leerde daar weer van, kreeg kritiek, nam het mee, maar bleef bovenal nog altijd genieten van wat ik deed. Puzzelen met woorden was voor mij een vorm van recreatie. Het zoeken naar woorden zag ik niet als een taak, maar als een avontuur waar ik telkens opnieuw in wilde duiken.

Rond mijn zestiende stopte ik volledig met schrijven. De exacte reden weet ik niet, maar ik kan me zo voorstellen dat ik ‘druk bezig was met andere dingen’, zoals mijn toekomst. Langzaamaan besloot ik dat de wens om kinderboekenschrijfster te worden een droom zou blijven, net zoals het handjevol kinderen dat graag juf wil worden wanneer ze groot zijn. Ik hield van schrijven, maar was geen schrijver – ik wist ook niet hoe ik dat zou moeten worden. Verhalen kwamen mijn hoofd in, werden diezelfde dag nog verstoten om plaats te maken voor wetteksten, inleverdata en bezwaarschriften. Ik vond het fijn om met dat laatste bezig te zijn omdat ik gelijk resultaat zag. Resultaat in de vorm van een cijfer en de mate van rode inkt op het toetsblad. En mijn verhalen die vroeger altijd zo rijkelijk uit mijn pen vloeiden, bleven jarenlang buiten de deur.

Nu zijn we jaren verder, en probeer ik die deur die voor lange tijd gesloten is weer voorzichtig open te doen. Nu ik dat weer toesta, merk ik dat er zich een sneeuwbaleffect voordoet. Als je jezelf de tijd geeft voor creativiteit, worden de ideeën vanzelf onbegrensder. Het is een moeilijk proces en het geloven in mijn eigen creatieve vrijheid kost energie. Maar het is een proces dat ik lieflijk omarm en waar ik waarde aan hecht. Ik ben dan ook blij dat het is teruggekomen. Wat er uit dit proces voortvloeit weet ik niet, maar ik hoop er op zijn minst met plezier op terug te kunnen kijken.

Zo simpel is het.

 

Poppen

Wanneer je in een speelgoedwinkel werkt als geesteswetenschapper kun je op de proef gesteld worden. Dan heb ik het niet over het goed spiegelen van een vak, of het aanprijzen van die net iets te dure autoracebaan. Nee, voor een geesteswetenschapper is een speelgoedwinkel heel interessant om een andere reden. En die reden heet: ouders observeren.

En dan begin ik maar gelijk te zeggen: nee, ik heb geen kinderen en nee, die staan ook nog lang niet op de planning. Ik hoef ook nog helemaal niet te weten hoe het is om je hele leven verantwoordelijk te zijn voor een ander. Alle respect. Maar in mijn paar maanden dat ik in de zaak werk, ben ik nogal wat tegen gekomen.

‘Nee, Pietje, dat is roze, dat is voor meisjes. Kijk, hier mag je wat uitkiezen.’

‘Nou, Greetje, volgens mij ben jij het enige meisje dat niet van Barbies houdt.’

[Jongen houdt pop omhoog] ‘Wat moet je dáár nu mee, dat is toch helemaal niet voor jou.’

En zo is de speelgoedwinkel een mooie plek om normatieve constructie van gender in levenden lijve te aanschouwen. Je staat er zo bovenop. Genderrollen niet geconstrueerd? Kom nou. Als ik soortgelijke uitspraken hoor, hoop ik alleen dat ik dat later nooit tegen mijn toekomstig kroost hoef te verkondigen. Van mij mogen ze net zo lief spelen met een pop als met een autootje.

Vandaag werd mijn dag dan ook een beetje beter toen er twee blonde vrouwen van in de dertig aandachtig ‘het meisjesvak’ bestudeerden. Ik zag dat ze een kind met blonde krulletjes en blauwe ogen bij zich droegen. Hij had grijpgrage handjes en pakte de ene na de andere pop uit het schap.

‘Oh, vind je die leuk?’ vroeg één van de twee vrouwen aan het kirrende kind.

‘Hij vindt alles leuk, geloof ik,’ reageerde ik glimlachend.

De vrouw keek me aan en zei: ‘Ja. Hij mag nu een pop uitkiezen, want hij heeft alleen maar auto’s.’

Toen ik ze de winkel uit zag lopen met een pop – een pop die op een potje kan plassen – vroeg ik me af hoe de familie en de vriendjes van het jongetje zouden reageren wanneer hij vol trots zijn nieuwe maatje zou laten zien.

Hij zal voorlopig nog geen spijt hebben.

 

 

 

 

En dan nu

 

En dan nu

Er is niets beangstigender dan
het onbekwame vrezen
en de onwetendheid verloochenen

Wanneer we dat doen
onderschatten we onszelf
tot op het radeloze af;

Ideeën worden grijs
ze worden verwelkomd met
een dunne laag stof

ze plakken op de ramen
van een huis dat uiteindelijk nooit
meer betreden zal worden

We sluiten onze ogen,
omringen de eenvoud

Wetende dat het er is reiken we ernaar
en keren ernaar
terug

© Robin van Vliet